Deze week hebben we dieper in de spiegel gekeken. We hebben ons gezicht van dichterbij bekeken en besproken. We hebben allemaal een neus met twee gaatjes, een mond, twee oren, twee ogen, een kin, wangetjes, … en toch zien we er allemaal anders uit. Het ene vriendje heeft kleine oren, de ander heeft grotere oren, we hebben vriendjes met bruine ogen en andere hebben blauwe ogen, enzovoort.

Met spiegels kijken we ook achteruit kijken en dat is zeker handig in de auto, maar in de klas is dit ook leuk. Zo kunnen we raden wie welk voorwerp vast heeft. De vriendjes kijken door een spiegel en raden wie bijvoorbeeld een rode auto of een blauwe vastheeft. Zo leren we verschillende kleuren bij op een leuke manier.

Hoe zien we er uit als we boos zijn of als we blij zijn? De vriendjes hebben hun emoties eens in de spiegel mogen tonen, zo zagen ze hun eigen  gezichtsuitdrukkingen in de spiegel en dat vonden ze grappig.

Een spiegel doet eigenlijk hetzelfde zoals de persoon die in de spiegel kijkt. Dit hebben we ook gedaan, maar dan zonder spiegel. We hebben dit aan de hand van een muziekspiegel en een imitatiespiegel gedaan. Bij de muziekspiegel zorgt de meester voor een ritme en de vriendjes doen het ritme na. Bij een imitatiespiegel doen de kleuters elkaar na. Plezierig was het zeker!

Meester Jos